W.
Wel wat maakt gy hier ô myn schoon Bruynette.17
Wie eert onze Prins Willem niet.22
Wel zoete Bregje van Zaandyk.40
Wel wat heeft de min vermogen.44
Wanneer de Mensch den Heer verlaat.73
Wat ziet men nu een vreugd en glorie.81
Wat hoord men niet al vreemde dingen.86
Wat is de Heere in zijn werken.88