Skip to content
1775

De nieuwe Amsteldamsche schouwburg

Anoniem

Voys: Kloris lief uw schoone oogen. WYfje, ik wouwje wel reis zoenen; Maar je ziet me nog zoo kwaad, Of je my de huid wouwd boenen, Met de beezem die daar staat; Ik weet wel ik heb het wat verbrust, Maar myn Engel weest gerust Ik zal nooit weer tot ’smorgens vroeg Blyven zuipen in de kroeg. Geldverkwister, hoerenjager, Nagttrinkinker, dronke beest; Valsche speelder, wyvenplager, Waar ben je nu weer geweest, Ik wouw wel luizebos dat jy Op de Buitenplaats aan ’t Y Hoog en droog te kyken zat Op een stoeltje zonder mat. Vrouwtje lief, gy doet my zugten, Om dat je me nog so scheld.

Meid, wy hadden zulke klugten Dubbelwaard te zyn verteld Ik wenschte tienmaal in myn geest, Dat jy by my waard geweest Want jy had je loof ik schier, Slap gelaggen om ’t plaizier. Ligtmits ik vraag of jij zult zwijgen, Ik hoor geen nagtrinkinkers praat, Ik zal dien beezem aanstonds krygen Zo je niet aan ’t werken gaat. Allerliefste lieve wyf, Ik houw zo veel nog van myn lyf, Dat ik liever heen ga kind, Tot je beter bent gezint.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.