Stem: Als ’t begint. ALs donker duister was verdwenen: Scheen het ligt uit het Firmament kwam de Zon zyn stralen schieten: Op een hui en herders Tent, Daer hy zoet lag in te slapen, Met zijn Vee al naest zijn zy, Quam mijn iemand wakker maken; Ik weet niet wie het mag zyn. Door de min zat ik te peinzen Vergat de liefde ik viel in slaep,
‘k Zei herder wild niet veinzen, Ziet de zoete dageraed; Ontsluit u ziel trekt na de heide In het bedoude groene gras, Langs de Beeken en groene weide, By de Beek daer ’t water plast. Hy beweegt ik moet vertrekken, Cupido weest zijn raedsman, Wild de min op min verwekken Ik ga na de groene laen, By Leander en Lizinde; Cloris met zyn waerde Bruid: Silvia en ook Clarinde Damon die speeld op zyn fluit. Wat geluid wat zoete woorden! Beneemd myn slaap en stoord myn rust, Of is ’t een droom die mijn komt stooren Cupido sprak weest maar gerust, Heeft Galathe uw lief uw leven, Sy gaet na de groene Laen Wild u na het veld begeven, Sy is aenstonds heen gegaen. Coridon op dese reden Ontsluit zyn stal trekt na de wey, Een oud heiden quam hem tegen Die sprak herder verteld het my, Gy klaegt om uwe herderinnen, Galathe het herders kind, Sy is hier niet en zult ‘er hier niet vinden Zy heeft een ander die haar bemind. In wat droeve dag ben ik geboren, Og heiden wat verteld gy hier,
Weet gij myn reden van te voren, Wie heeft u gesonden hier; Og dood komt rukt my uit ’t leven, Cupido gaet aenstonds heen, Wild Galathe de tyding geven, Dat Coridon is overleen. Coridon wild vreugde rapen Ontsteld u niet ’t sal anders zijn, Zy is by haer Herders knapen: En gy vol van minnepyn; Staet op herders wild u verblyden In deez’ soete morgenstond Wild met u Vee en schapen weiden Na het Casteel van Rosemond. Coridon was seer verblyd van sinnen Looft zyn schepper, dankt zyn Heer Want hy hoord van verre zingen Zyn beminde Galathe; Daer hij soo lang na ging soeken En heeft na gevraagt; Legt by haer Geitjes en haer Bokken In een Hut agter een haeg. Goede morgen herderinne: God groet u heden op het land, Om u so heb ik moeten zwerven, In meenig bos aen alle kant; herders gy kund my behagen, Speeld op u herders fluit wy sullen te samen paren Gy myn Bruid’gom en ik u Bruid.
Cookies on Poetry Cove