Skip to content
1770

De nieuwe Amsteldamsche buyten-zingel

Anoniem

Stem: Daar was een Meisje jonk van jaren. 1. Hemel heer met welke plaagen, Hebt gy Nederland geslaagen, Nederland nog aan een band: Door de pylen vast gebonden? En in Eendragt ongeschonden, Syn wy nog in goede stand. 2. Plaagen hoort men minst en meesten, Door het sterven van de Beesten.

ô! De plaag is algemeen; En zy woed in Dorp en steeden? Cranten brengen tyding meede! Vol van veel Elendigheen. 3. Boer en Huysman zit te zugten, En der Vrouws in Ongenugten: Met der kinders allegaar, Roepen uyt, waar wil dit heenen? Onze beesten zyn verdweenen! Met een blateloos gebaar. 4. ‘t Sugtent vee dat staat aan ‘t quynen, En het schreeuwt van smert en pynen? En de Huysman staat ‘er by; Met een jammerlyk meedoogen; Slaat zyn oogen naar om hooge; Met een droevig medely. 5. Met dat zyne Beesten sneeven, Staat zyn ingewant te beeven; En hy roept ô Hemel ach! Ik gezet uyt myn welvaaren? Hoe geraak ik tot bedaaren, Wanneer zie ik beter dag. 6. In der ongeleegendheeden; Pryzen wy de wyze Reeden: Van de staaten van ons Land. Dat zy noode zorge draagen? Tot afwending van de plaagen, En geneezing van Gods hand. 7. Elk moest kennen deeze Roede, Nog bevryd van Oorlogs woede,

Die veel Tanden treft en steen; Tusschen Tussen en Tartaaren? Maaken alom droeve maaren: En ‘t Land vol Elendigheen. 8. ‘t Magtig ryk van ‘t groote Poolen, Legt by na in doove koolen, Fransman en den Corzikaan; Vliegen aan met den Helmetten? Om het al in vlam te zetten Wat hun in den weg komt staan. 9. Van dit kwaat zyn wy ontheeven, Wy zyn by de vreê gebleeven, Zedert een en twintig jaar; Maar wat ons zal overkoomen? Heeft geen sterlyk mensch vernomen Op Gods tyd wert ‘t openbaar. 10. Kinderziekte of de Pokken, Heeft ‘er meenig een getrokken: Naar het naar en yslyk graf; Yder Mensch moest daar om denken? Dat de dood ons haast kan krenken! En verflenst als Hooy en kaf. 11. Premie die ‘s Lands staaten zetten, Is zeer hoog om deeze smetten Af te weeren, van het vee; Midd’len zyn voor ons als blinden? Niemand kan de weegen vinden! Ter herstelling van dit wee. 12. Dan een goedig God verheeven Die kan haast genesing geven

By hem is de beste Raad; Om de veeplaag te verzagten? Biddend moet men dit verwagten Ter afwending van dit kwaad. 13. Hondert vyf jaar is geleeden, Dat de pest in veele steeden: Heeft in Nederland gewoed; God bewaar ons voor die Roede? Hou zyn plaagen in ten goede Biddend werd het best verzoet. 14. ‘t Past u huysman zeer verslaagen, By den Heeren Raad te vragen: Hoe die smerte werd verzagt, Ga met vierige gebeden! Tot den Hemel henen treden By hem is genaa en kragt. 15. Denk om Joël en zyn weenen, Toen het Rundervee ging heenen Maar dat daar na werd gestilt: Hou tog aan met Neerlands vroomen; Denk hy kan het kwaad betoomen Daar gy nu van beeft en trild. 16. Midd’len kan de Heer uytvinden, Om de Veeplaag in te binden: Dat nu kwaad is werd weer goed? Door hertgrondig hert verbreeken Op het ziels aanhoudend smeeken Wierd het zuur herkeert in zoet. 17. Al de troon- en Afgezanten, Boetvermaanders Predikanten

Smeeken om het herstel van ‘t Vee? En zy zeggen in gemoede Hemel heer hou in uw Roede, En behou ons by de Vreê. 18. Al genoegzaam God en Vader Wees ons allen tot een Rader: Em hersteld des Lighaams scha? Wees genadig onze Landen Door uw vaderlyke handen En bedek ons door gena.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.