3.
Dan, wie zou daarom nog klaagen,
als hij 't daaglijks kostjen beurt,
'T is een dwaas die om het derven
van eens anders schatten treurt;
'T is de wil van onzen Schepper,
dat er minder is en meer;
En ik ben volmaakt gelukkig,
zo ik slechts niet meer begeer,
zo ik slechts niet meer begeer.