4.
Zochten we allen onzen welvaart,
Dat 's de welvaart van het Land,
Tweedragt lag' weldra aan band,
En de vrijheid zou niet klaagen,
Over dwinglandij en hoon,
Zij zat lagchend op haar' troon,
Zij zat lagchend op haar' troon:
Maar als de eene rechts wil loopen,
Gaat een ander links af aan,
Des kan eendragt niet bestaan,
En de vrijheid moet wel klaagen,
Droevig is het, ja gewis,
Dat men niet eendragtig is,
Eendragtig is,
Eendragtig is.