3.
'K vrees, God dank! niet voor de maanders,
'k heb geen schulden als aan 't leer,
Dat betaal ik als het op is,
en dan krijg 'k wat anders weêr;
'K moet wel altijd pikdraad trekken,
maar dat 's nog al naar mijn' zin,
Die niet werkt mag ook niet eeten,
en ik doe er braaf wat in,
en ik doe er braaf wat in.