5.
Maar och! wat praat ik ook al meê,
Van sleeper, of van heer!
De heeren zijn juist ook niet pluis,
Hun zweep doet duivels zeer;
En zijn zij wat bezet,
Dan vinden zij hun pret,
In 't draaven met elkaêr om spijt,
Dat schier de penszak splijt.
Dat schier de penszak splijt.