5.
Schoon wij menschen zeer verschillen
in vermogen en in lot,
Echter zijn wij zamen schepsels
van een zelfden wijzen God;
Allen zijn wij zijne kindren,
en, betrachten wij de deugd,
Dan schenkt hij gewis ons allen,
ook de zaalge hemelvreugd,
ook de zaalge hemelvreugd.