2.
'T Heerschap heeft ligt twintig rokken,
de een nog fijner dan wel de aêr;
Ik heb slechts een buis vol lappen,
even of 't een landkaart waar';
'K moet al met den troffel peezen,
als Mijnheer nog zachtjes rust;
En misschien na 't eerst ontwaaken,
weder is in slaap gekuscht,
weder is in slaap gekuscht.