Skip to content
1734

De mey-blom of de zomer-spruyt

Anoniem

Stem: Ik voer al over Ryn. MIn zieke Roselijn, Min zieke Roselijn, zelijn, Verhoolen in de blaatjes,

Quikmen hier, quikmen daer, Aen ’t kantje van de Rijn. Bevangen door den droom, Bevangen door den droom, den droom,

Riep met beslooten oogjes, Quikmen hier, Quikmen daer, Zijt driemael wellekom. Streel zieke Cloris, kom

Streel zieke, Cloris, ja kom, En speel met Roselijntje, Quikmen hier, quikmen daar, Dan bommeliere bom.

Dan bommeliere la, Dan bommeliere la, rela, de Doffer met zijn Duyfjen Quikmen hier, quikmen daer,

de Tortel met zijn ga. Die lokken ons tot vreugt, die lokken ons tot vreugt, tot vreugt, En Dimon en Diane,

Quikmen hier, quikmen daer Verpocchen onse jeugt. Die woortjes nau geslipt, die woortjes naeu geslipt, geslipt,

Uyt haer ontslooten lipjes, Quikmen hier, quikmen daer, die werden strakts geknipt. Van Cloris, die ter post,

van Cloris, die ter post, ter post, In hare schoot gezegen, Quikmen hier, quikmen daer, Krioelt en bossebost.

Dan lieverlee, tot hy, Dan lieverlee, tot hy, tot hy, Versonden in genuchten, Quikmen hier, quikmen daer,

Verloop in lekkerny.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.