De Bevrugte Boer.
Voys: Als ik aanzie de heldre stralen. EEn boer buyten dees stat woonagtig: Van geld en goed seer rijk en magtig: En die veel Knechts en Maagde had: Veel Koeye, Schape na behoren: Den Boer die quam zijn Meyd bekoren: En sliep by haar dit wel bevat. Tot dat zy zwaar was van ’t Kinde, Den Boer die sprak: mijn wel beminde: ‘k Zal ’t wel verbloemen, zwijgt maer stil Hy is een Doctor aan gaen spreken Dien hy vertelden zijn gebreken Gy weet wel wat ik seggen wil. Hy sprak: mijn heer wilt my raad geven: Mijn Vrouw is boos zy zal haar leve, My niet vergeven dese fout: Den Doctor sprak wilt dog niet schromen; Ik zal u daer van af doen komen: Indien gy maar mijn les onthoud. Doet of gy ziek te bed gaet leggen, En stiert uw Vrouw dan op dat zeggen
Tot my, ik zal dat maken wel: De Boer quam thuys puur of hy dood was hy zey als dat zijn ziekte groot was Gaat na de Doctoor alzo snel. Zy heeft haer mans water genomen: En is by den Doctoor gekomen: Die hem daar over hield ontset, hy sprak: uw Man zal hier van sterven: En een bedroefde dood verwerven: Indien dat het nooyt werd belet. Want ziet uw Man zal moete baren: Een Kind met zulk een groot bezwaren Dat hy zal sterven met verdriet: Zy sprak wilt my daer raed toe geven: Al kosten het by na mijn leven, Of al mijn goed, dat scheelt my niet. Hy sprak: ik zal het u wel seggen. Gy moet een reyne Maget leggen By hem: dan zal die Maegd gewis die vrugt van hem voort by haer houwe En ik zal u een drankje brouwe Dat maekt hem weer gesond en fris. De Vrouw sprak: wie sou wille wezen die mijn Man daer van sou genesen? Hy sprak: het meysje van uw huys: Zal door veel geld en goede reden: Daer mee wel seker zijn te vreden, dan blijft de saek nog heel confuys. De Vrouw die heeft de meyd gaan vragen: Die daer gansch over scheen verslagen, Zy sprak: dan zou ik zijn een hoer: Zy sprak: daer zijn vijf hondert Kroonen: wilt dog mijn man die gunst betonen En maakt daar over geen rumoer; De meyd die liet haer doen geseggen: En is daar by den boer gaen leggen:
Sy blusten weer haar Minne brand; Maar als hy had haar geld gekregen, Toen ging zy stilletjes haar wegen: Den boer die was bevryd van schand. Oorlof gy boertjes wilt onthouwen! Die hebbe sulke boose Vrouwe, En die eens graag uyt snoeye gaen: Doet als dees boer met uwe Wyve, Dan zal uw zaak verhole blyven: Of gy had eerlijk bestaen.
Cookies on Poetry Cove