Skip to content
1734

De mey-blom of de zomer-spruyt

Anoniem

W. Wie moet niet verwonderd staen.3 Waer sal ik mijn klagt volenden.15 Wy zingen zamen met ons drie.45

Waer bent gy nu Poëeten.62 Wel zoete Meysjes van den lande.72 Wel Coridon seg wat ‘er schort.84 Wel wijlje my dan zeggen doet.84

Wel mag men dan niet weten.84 ‘k Wil hoope dat mijn Amaril.86

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.