Skip to content
1800

De lustige nachtegaal

Anoniem

Op een aangename wijs. 1. Het lieve schoftuur slaat te regt De wensch van de Ambachtsman: Nu m' in de schaduw neêrgelegd; Hoe smaakt de rust mij dan!

2. Het was van daag zoo vreeslijk heet Er liep van toen ik begon, Van mijn gezicht een stroom van zweet, Als lag in 't hoofd een bron.

3. Wat d' arme man niet lijden moet, Voor die niets doende liên, Die wij voor loutren overvloed, Zich moede rusten zien!

4. 'k Dachte dikwijls, (van, 'k had ongelijk, Het geen ik gaarn erken,) Waarom of ik niet ook zoo rijk Als zulke menschen ben?

5. Maar mij viel in: God vond het goed, Dat is u toch bewust; En 't stukjen brood smaakt dien slechts zoet, Die na den arbeid rust.

6. Met alles is 't na korten tijd, Op de aarde toch gedaan, Dan vangt, ter vrolijke eeuwigheid, Den heiligen avond aan.

7. Daar zijn wij allen weer gelijk, Daar kent men druk noch kruis, Het werk is af, en arm en rijk Gaat om zijn loon naar huis.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De lustige nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove