Skip to content
1800

De lustige nachtegaal

Anoniem

Stem: Ziet hoe zoet is 't eerlijk minnen. 1. Wie kan 't heerlijk schoon uitspreken Van den blijden Morgenstond? 'k Zie Aurora 't hoofd uitsteken Paarlen bloeijen uit haar mond; Zij strooit rozen met haar handen Door de lucht die vol van gloed; In het Oosten door het branden Van haar toorts nieuw licht ontmoet.

2. Zie de boomen, kruiden, bladen, Lieffelijk van geur en kleur; Met de zilvre dauw beladen, 't Oog gaat overal en keur; In de schoonheid te beschouwen, Die de Morgenstond verspreidt; Langs de Beemden en Landsdouwen Vol van pracht en heerlijkheid.

3. Voor de vogels kwinkeleeren, Ieder na zijn magt en aard, Zie de Leeuwrik op zijn veeren, Zingend stijgen Hemelwaard; Maar geen een die met zijn keeltjen Zoo de menschen zinnen streelt: Als het schelle Philomeeltjen, Dat nooit 't keurig oor verveelt.

4. 'k Zie het Weste windje streelen Laauw van adem door het riet, En in golven zachtjes spelen Van de Christaleine vliet; Daar de vischjes met hun spartelen 't Oog bekoren ongemeen: Onderwijl ze t'zamen dartelen Langs de grazige oevers heen.

5. Melker spoedt zich na zijn koeijen Met zijn Elsjen wel te vreên, Fobert neuret onder 't roeijen Naar het nieuw gestoken veen; Bouman in den arbeid wakker Lang voor 't lichten van den dag, Rekent vrolijk op den akker, Wat de tijd en vlijt vermag.

6. Morgenstond! ik moet u prijzen Om uw zegenrijk vermaak! En versterckt den geest der Wijzen, Gij zijt nut tot menig zaak;

Maar de zon is uit de kimmen, 't Woelen neemt weer een begin, Wijl de dampen opwaards klimmen, Febus treedt de renbaan in.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De lustige nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove