Skip to content
1800

De lustige nachtegaal

Anoniem

Op een zeer lieffelijke wijs. 1. Een man of vrouw met grijze haren Mag in des levens maneschijn, Noch gekke grillen gaan bewaren, En scheppen vreugd in minnepijn.

2. Geen lieve meid zal onder 't streelen, Van hem die haar zoo teêr bemint, Door malle kuren zich vervelen, Jaloersch te zijn past aan een kind.

3. Het huwelijk kan haar smart genezen, Had zij geweten voor een jaar, Dat haar dat spel zoo zoet zou wezen, Zij was gewis voor lang een paar.

4. Zij kan nooit kwaad of toornig wezen Als zij maar denkt ik weet er van, Het zal mij altoos welkom wezen, In 't bed te wachten op mijn man.

5. Daar is hij al, hij kan verdrijven De zorg van zijn beminde bruid, Het geen haar hart zal dierbaar blijven Bant jalouzij voor eeuwig uit.

6. Jaloersch te zijn in jonge dagen, Verzwakt, vermindert al de vreugd, Laat oude bokken horens dragen, Opregte liefde past de jeugd.

7. Zij kan zich ongestoord vermaken, Denkt om geen leed, wanneer men ziet, De min in zuivre vlammen blaken, Jaloersche vrouwen deugen niet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De lustige nachtegaal · Anoniem · Poetry Cove