Immer kan een schone Maagt
Nimmert groter lof genieten,
Dan wanneer sy af laat schieten
Op de geen wien sy behaagt,
Bliicken van medogentheden
Die sy met Haar Minnaar heit,
En al haar genegentheden
Voor de Sine open leit;
Cookies on Poetry Cove
We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.