Skip to content
1750

De kweelende godin, of de zingende leyster

Anoniem

Stem: Ik krijg al weer mijn ouwe grillen. ‘k Hoor al weer de Trommel roeren, Bachus trekt te Veld, te Held, Prinssen, Graven, Burgers, Boeren,

Elk die weerd zig als een Held, Kannen, en Glazen, tierd ‘er als dol, Gieter, za gieter, za gieter maar vol, Drooge keelen, ha! wilt speelen,

In den Strijd een brave rol. Elk die steld zig om te kampen, En verziet hem met Geweer, Om den Vyand aan te klampen,

Veld hem voor u Voete neer, Bruy in het honderd, nu is het tijd, Pas wat te rake, weest bereyd, Lieve Pater, roerd zijn Snater,

Ha Victorie hy wind den Strijt. Hoor hoe klinken de Trompetten, ’t Is al Avoes hou stand, t’Land, Hier zo knappen geen Musketten,

Neen, wy springen Hand aan Hand, Alle ons schieten dat is klink, klink, ’t Roepen dat is, za Mannen drink, Zo moet men de Krijgs-god volgen,

Al zijn doen behaagt ‘er ons flink.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.