Skip to content
1750

De kweelende godin, of de zingende leyster

Anoniem

Toon: La lande. Is ‘er oyt vreugde Hier op Aarde, ’t is de Min, Mits ‘er noyt iets zo verheugde

Lighaam, Hart, en Ziel, en Zin, Als de Liefde, die de Trouw Vast maakt tussen Man en Vrouw, Die gehandhaaft van de Deugden,

Is de steun van ’t Aards-gebouw. Want zo onendig Als de vreugd van de Min, Zo’s op Aard zijn magt noodwendig:

Want ’t bestaat daar alles in: Daar is liefde ’t zoetste zoet, Daar is liefde ’t hoogste goed: Niemand is op Aard’ elendig

Dan die Liefde niet en voed. Ach? hoe verheven In geluk, vereende Twee, Moet voortaan uw gantsche leven

Zijn, in Liefde en Heyl’ge vree, Hoe volmaakt is nu uw lust? Nu uw zorgen zijn verdreven, En uw lijden uyt-geblust.

Slijt dus de Dagen Van uw’ aangename Lent’, Op dat gy moogt vrugten dragen Die geen bitze Twee-dragt schend;

Want zo Liefde u altijd vind, En gy steeds de Liefde mind, Zult gy eens dat luk zien dagen, Daar gy ’t eeuwig Heyl in vind.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.