Skip to content
1746

De koninginne van Hongaryen

Anoniem

Vois: Schoon dat ik onder ’t groen.

GY voedster van mijn Jeugd, Meestresse van mijn zinnen, Ach! schoonste Engelinne: Mijn hoop, mijn troost; mijn vreugd, En spiegel van de Deugd; Schatkist van myn gedagten, Rivisie van mijn klagten: Gy oogmerk van mijn lust, Mijn lief, mijn heil, mijn rust, Hoe laat gy mijn dus kwijnen? In druk en zwaare pynen: Hoe raak ik aan het end? Van alle mijn ellend.

Wel oorzaak van mijn Min, Hoe laatje mijn dus klagen, Schept gy daar in behagen: Of geeft gy eerst u zin, Als ik verlooren bin, Daarom keerd u gedagten, Tot mijne jammer-klagten En wilt den dienst ontfaan Van uwen Onderdaan: Die liever wilde sterven; Als uwe gunste derven, Ia liever voor altijd Wil zijn het dag-ligt kwijt. Zult gy dan al u vreugd, ô! Glorie der Godinne, Dus bannen uit u zinnen En uwe frisse Jeugd, Kwijt wezen zonder vreugd. Denkt dat u fraaije leden, Van vorm zo wel besneden, Met d’allergrootste kunst, Gy geven moet, met gunst: Aan een die u straks minden, Als gy altijd zult vinden; Die, met getrouwigheid, Wil zijn u Slaaf altijd. Iupyn was nooit zo zeer Verzot op snoeperijen: Of in zijn Minnerijen, Ia ik ben nog veel meer Verzot in ’t Vryen teer; Heeft Hercules ook mede Wel zo veel brand geleden, Om zijnen Imphalee Gelyk ik nu al mee.

Dus bid ik overschoone, Wilt my u gunsten toonen En schenkt my, Engelin, U zoete Weder-Min. En zo ik dit bescheid Van u eens kon verwerven, Ik zou het nooit verkerven, Maar dienen u altijd Met veel eerbiedigheid: Ik zal alle mijn dagen U zoeken te behagen, Op allerhande wijs, Met woorden en gepys. Dus wilt u dog erbermen En over my ontfermen, Dus bid ik u zeer dra, Om ’t lieve woordje Ia.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De koninginne van Hongaryen · Anoniem · Poetry Cove