Skip to content
1815

De grappige muyzeval

Anoniem

Op een aangename wys. 1. Zullen dan myn levensdagen, Aen het noodlot verbonden zyn?

Zal het zugten en het klagen, Wezen steeds het lot van myn? En myn overal verzellen? En vervolgen tot myn asch; Om myn helaes te vertellen, Hoe ongelukkig dat ik was. 2. Wat mag doch de oorzaak wezen, Dat myn alles tegen gaet, Nooit geen blydschap zonder vreezen, Geniet ik in myn levensdraet: Daer een ander kan roozen plukken, Kryg ik doorne tot myn deel, Wat ik doe niets wil myn lukken, Dan de rampspoet maer alleen. 3. Wat baet ons het ydele klagen? Het helpt niet aen onze staet; Een beter lot te zullen dragen, Als ons gelukstar eens opgaet. Zy wy niet berispens waerdig, Dat men wanhoopt in zyn druk? Goôn zy ons doch eens genadig, Dan keert rampspoed in geluk.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De grappige muyzeval · Anoniem · Poetry Cove