Op een lieffelyke wys.
1.
Is dan de vrede uit uw hert?
Wat baart dat my een minnesmert!
Moet ik dan van u gehaat,
En van u versmaat?
U verlaten, ô neen! ô neen!
Dat doen ik nooit,
Want ik min u meer dan ooit,
Dan zou uw trouwe dienst,
By my niet baten.
2.
ô Wat heb ik menigmaal,
My met uwe zoete Honingtaal,
Zo vol van lieffelykheid,
Een yder een gevryd,
Als uw Minnaar,
Zegt myn schoonheid dan van ja,
Eer ik weder van u ga,
Dan zal uw trouwe dienst,
By my niet baten.