Skip to content
1780

De drie kemphaantjes

Anoniem

Berouw van een Jonge Maagd.

Die haar Maagdom voor 9 Kroonen heeft gewaagt. Vois: Nu zit ik in besware.

Komt hier al by gelopen, Het is een aardig Lied, Men zal 't u gaan verkoopen, In de stad geschiet; Maar al die het zingen, Dogters of Jongelingen, Maar 't is niemendal, Hoord eens wat raar geval. trala. Een dogter na de mode, En vol Minnepyn, En zo vol nieu methode, Moet 'er een popje zyn; Had een Beminde, Maar geen trouwgezinde, Ziet die Minnaar zot, Die houd met haar de spot. trala. Het waar een Venus Jonker, Met gebonde haar, Maar eene Regte Pronker, Net of 't wat waar, Eenen uytgeleezen, Om dat hy wert gepreeze, Van deze ligte Dant, Die hy liet in de schant. trala. Hy door de min verslonde Heeft al tot zynen Lief, Door iemant toegezonden Eenen Minebrief:

Die het hem verhaalde, 't Was min die haar bestraalde, Het is myn Amaril, Tot u is myne wil. trala. Tot al zyn minneklagte Kwam zy eerst tot hem, Daar Cuipido na tragte, Met een Luider stem, Die met zyn Tierande, Zyn pyltje en boog spande, Schoot haar een schigt, In donker zonder ligt. trala. Als hy zyn Offerhanden, Voor Venus Altaar, Hadt laate brande, Doe sprak hy tot haar, Ik zal niet Mankeren, Van uw te Convoijeren, Weest niet in pyn, Voor dat gy t'huis zult zyn. trala. Cupido wat zal 't wezen Met deze ligte dant, Zyn pyltje is gereezen, 'k Vrees voor Venus Kwant, Maar hy zou niet willen, Zoo een Amarille, Maar hy staat hem niet aan, Zyn Liefde is gedaan. trala. Als het nu was geleden, Eenen korten tyd, Is zy tot hem getreeden, En heeft tot hem gezeyd, Weet gy niet myn Jonker, Dat gy laast in donker, Hebt myn Blom geplukt, En van zynsteel gerukt, trala.

De Maagt vraagt om te Trouwen.

Daarom kom ik u vragen, Met een droef getraan, Of gy in korten dagen, Myn zult trouwen gaan? Wagt gy nog langer, Gy weet dat ik ben zwanger Komt het in ieders mont, Het is voor ons een Affront. trala. Vier Maande Olve Justes, Hebt gy myn bemind, Maar tegen in Augustes, Verwagt ik me kind, Myn lief je bent de Vader, wilt tot me komen nader, Dan vrees ik voor geen troost Voor geenen kwaaden Oost. trala.

De Jonkman spreekt.

Daarom heeft hy zyn reden, Eens gesproke uit, U smeke en gebede, Baart u geen geluid; want eer ik uw van trouwen, heb gesproke aan, Heb ik met een ander, in het Verbond gestaan. trala. Juffrouw stelt u gedagten, Tog maar aan een kant, Doet tog aan niemand klagte, 't Is gebruik van 't Land; Ik zal u wel lone, Daar zyn 9 Krone, En zwyg dog van me stil, Voldoet dog myne wil. trala.

De Meid ontfangt het Geld.

Zy heeft de Ronde Schyven, Doe genoomen aan, waar op zy moest blyven, Sonder eene man, En het kint te gader, Bleef zonder Vader, Voor eene kleinen Som, Adie myn Magedom. trala. Daar leid de Nieuwste Mode, Van onze Amaril, En zoo veel nieuw Methode, Achter in den bril; Heeft zy nog wat strikken, Zy kan 'er mee Opschikken 't Is voor haar een spyt, Zy is haar Maagdom kwyt. trala.

Den Jonkman spreekt.

Ik wil uw Dienaar blyven, Jonge dogter lief, Als gy my komt te schryven, Eene minnebrief, 'k bid u voor dezen, Laat hem aan niemant Leezen, dan maakt men geen Liedt, Hoe alles is geschied. trala. Oorlof Jonkmans van eere, Volg Mynen Raad, Gaat gy eens Confieeren, Of uit vreien gaat: dan word men met de Tonge, Van Mondus niet bespronge, Of men zal dit stuk, Niet stellen in den druk. trala.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De drie kemphaantjes · Anoniem · Poetry Cove