Den Jonkman spreekt.
Ik wil uw Dienaar blyven,
Jonge dogter lief,
Als gy my komt te schryven,
Eene minnebrief,
'k bid u voor dezen,
Laat hem aan niemant Leezen,
dan maakt men geen Liedt,
Hoe alles is geschied. trala.
Oorlof Jonkmans van eere,
Volg Mynen Raad,
Gaat gy eens Confieeren,
Of uit vreien gaat:
dan word men met de Tonge,
Van Mondus niet bespronge,
Of men zal dit stuk,
Niet stellen in den druk. trala.