Skip to content
1685

Cupidoos Maegde-Kruyt

Anoniem

Minne-Sang. Stem: Courante la reyne. ROem waerde schoon Goddin, Ick offer u mijn klagten, Dagh ende nachten Leght gy in mijn sin, Dewijl ik ben verwonnen door de min: Gy zijt mijn leven, mijn geneught, Als ick maer by u ben, ick ben verheugt, V deughdens gaven, Mijn herte laven Door een groote vreugt.

Goddinne weest gekroont, Hoe konstigh sijn u leden, Van Natuyr besneden, Die in uwe schoont Het proefstuck heeft alleen an u betoont; Het blos dat op u wangen speelt Gloeyt uyt de gront van sulck een Lely beelt: Ia selfs de rosen, Van schaemte blosen, Als s'aensien u beelt. Geen schilder met penceel Sou immer durven talen, Soo een beelt af te malen, Als gy o schoon Goddin, Waer door gy legt begraven in mijn sin; Ick sal beswijcken Engelin, Soo gy niet toont an my u wedermin Door uw lonckjes En minne vonckjes, Helpt dan schoon Goddin. Princesse uwe deught Is niet te vergelijcken By Ophirs rijcken, En u groote vreught, Die altijt mijn droevig hert verheugt, Ach noyt volmaeckte Engelin, Gy die my dringht altijt door hert en sin: Ia Venus wagen, Sal u schoonheyt dragen Van d'aerd ten Hemel in. Apollos blijde riet, Noch Orpheus soete snaren Kunnen bedaren, Mijn rampen en verdriet; Indien ik o godin u niet geniet Voorseker dat mijn herte berst, Van yder sugt, die daer wierd uytgeperst

Salveert mijn leven, Wilt genaed geven op dat 'k weer ververs.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Cupidoos Maegde-Kruyt · Anoniem · Poetry Cove