Skip to content
1655

Bybelsche historie liedekens

Anoniem

Stem: Den Nachtegael die songh een liet. Saligh zijnse hier op aerde levende, Die de vreese Godts hier zijn aenklevende, Die gaen in zijn wegen, te degen, Al naer zijn woort, Soo dat behoort, Daer zy hier hebben verkregen. Den arbeyt van u hant gy hier eten sult, Al sulcke gaven daer u den Heere me vervult, En gy sult dan mits desen, gepresen, Saligh altijt, dies verblijt, Seer wel u van desen V Wijf gelijck een ranck vol druyven soet, Die overvloedigh brenght vruchten metter spoet, Is soo gy mooght weten, geseten Aen uwen want, Seer vast geplant, Dit heeft den Heer hem geheeten. De kinders die u Godt is toevoegende Daer in gy meught wesen genoegende, Als planten van Olijven, beklijven, Aen uwen dis, Sy staen gewis, Dus wil u Godt gerijven. Siet hoe den mensch hier wordt gebenedijdt, Dat den Heer hem hier altijdt verblijdt

Wie kan den Heer der Heeren soo eeren, Dat hy altoos, Hoort zijnen voos, Sijn vreese wilt hanteren. V moet gebenedijden, Godt met zijn stem, Dat gy mooght sien de goeden van Ierusalem, Vyt Syons uytverkoren, Wilt hooren, den Heer geeft, Soo langh hy leeft, Dees gratie u te voren. Dat gy meught zijn aenschouwende, Kindts kinderen menighfouwende, Dat sy hier by namen versamen, In Israel verstaet het wel, Met vrede naer betamen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bybelsche historie liedekens · Anoniem · Poetry Cove