4.
Aan boord is ook wat erg te peezen,
Maar werken moet men overal,
En 'k weet dat 'k eeuwig rusten zal,
Als 'k bij den lieven God zal weezen,
Des kan ook 't werken niet doen vreezen:
Ik werk aan boord voor 't vaderland,
Dat blijft door zeevaardij in stand;
Vivat de zee!
Vivat de zee!
'K ga tot mijn' dood toe meê;
'K ga tot mijn' dood toe meê.