5.
Vaart wel dan braave Batavieren!
Doet als Matroosjen, werk en waak;
De lieve vrijheid blijve uw baak,
Zij zal u eens met lauren cieren,
Vaart wel mijn waarde Batavieren!
Als ik bij u eens wederkeer,
Vindt men welligt geen dwingland meer;
God geeve u vreê!
Met deeze beê,
Ga ik gerust naar zee,
Ga ik gerust naar zee.