4.
Doch 't is te laat verzonnen,
De kriegers moeten voord;
Vaartwel dan rustbeschermers....!
Neen 'k volg u tot de poort,
Neen 'k volg u tot de poort:
Deez' vrouwtjens gaan met mij,
Zij volgen u op zij,
Haar leed is onverdraaglijk,
Haar leest nogthans behaaglijk,
Als hoepeltjens zo rond;
Zij zijn
Zij zijn,
Voorzeker wel gezond,
Voorzeker wel gezond.