3.
Myn mietje is ook een Vaderlander,
Ze is patriotsch met heel haar hart,
'K nam anders waarlijk nog een ander,
Al kostte 't mij dan ook wat smart:
Geen vrouw kan mij behaagen,
Die ketenen wil draagen,
Wijl zij gewis,
In huis heerschazuchtig is.
Neen Bato's zoonen,
'K zal u toonen,
Dar ik de vrijheid waarlijk min,
En ook mijn vriendin;
Lijdt Nederland smart,
Dat weegt haar op 't hart,
Zij haat tirannij,
Des voegt ze bij mij,
Bij mij,
Bij mij,
Bij mij,
Bij mij.
Een ander, een ander, veracht' de kuische trouw,
Een ander, een ander, veracht' de kuische trouw,
Voor mij ik neem een vrouw,
Maar een Bataafsche vrouw.