4.
Dan ach! ik moet mijn zuchten smooren,
Ik mag mijn oog niet op hem slaan;
Indien ik hem mijn min doe hooren,
Valt zwarte Laster op mij aan;
O wreede min! met wat al smarten,
Bestormt gij ons zo dra gij wondt!
Gij martelt met uw dwang de harten,
En vleit ze tevens met uw' mond;
En vleit ze tevens met uw' mond.