2.
Wat doet de liefde
Niet bestaan; zij geeft moed, als eert maagd, zig beklaagt,
Gehoonde liefde
Bevrijd ons voor schroomen:
'K had dlijson, voor zijn tent, als een held, wis geveld,
Had men hem, mij niet doet ontkomen,
Ontkomen.
'K eis nog voor 't geluid des trommels,
Die me een boô was van, den dood,
Echter konde anett' niet smeeken;
Vrouwen-moed in liefde is groot:
Mannen! schroomt een maagd te hoonen,
Want haar wraak is zonder maat,
Weest standvastig want uw meisjen,
Wordt al ligtelijk soldaat,
Een Soldaat: