2.
Een zeeman ziet van elk zig eeren,
Die niet van hersens is beroofd,
Daar hij steeds ruimer winst beloofd;
Wanneer hij slechts mag retourneeren,
Doet hij een' steen in goud verkeeren;
Wat wordt van 't lieve vaderland,
Houdt men de zeevaart niet in stand!
Alles liep dood,
Alles liep dood,
Zo men de havens sloot,
Zo men de havens sloot.