2.
Wie dient hij toch dan wreede dwingelanden,
Heerzuchtigen, verdrukkers van het recht,
Die kluisters smeên, voor vrijgeboorne handen?
Door 't oorlog wordt de wet gezach ontzegd:
Daar 't oorlog woedt ligt het verstand aan banden;
Hoe aaklig kwijnt de voorspoed daar men vecht!