2.
'K wil des trouw en eerlijk weezen,
vriendlijk, gul, en is het nood,
Eischt het vaderland mijn' bijstand,
ook niet schroomen voor den dood;
'K zal het huwlijk niet ontloop en,
maar 'k neem een Bataafsche vrouw!
Vreemde banden knellen vreeslijk,
en verwekken naberouw.