Skip to content
1795

Bataafsche liederen, voor vaderlandsche jongelingen en meisjes

Anoniem

De zes glaasjes. Wijs: Wij dragen met gelijke zinnen.

Koom Broeders die hier zijt vergaderd, En 't vrolijk Feest der Vrijheid viert, Haar outaar met den wijrook nadert, Haar kruin met eiken lovren siert, Pleng nu het sap der Muskadellen, Laat nu den wijn het Feest verzellen. Deez dag zij enkel vreugd, Zijt dus volmaakt verheugd; Volmaakt verheugd.

Vul nu de sijn geslepen Glazen Tot aan den rand met Franschen wijn. Zo moet uw vreugd de ziel verbazen, Van al wie Vrijheidhaters zijn. Koom, drink op 't welzijn van die Braven, Die 't heil der lieve Vrijheid staven! Haar deugd verdient dat loon, Dat elk hun schedel kroon, Hun schedel kroon.

Het eerste glas, o Bato's Telgen, Drinkt men op 't heil der Vrijheid uit; Op 't hell der Vrijheid, brave Belgen! Dat niets haar bloeij, haav wasdom stuit. De Dwingland onder Haar geboogen, Gevoeld nu Haar geducht vermoogen. Zij maald de Oranje staf, En trotsche troon tot kaf; Ja, enkel kaf.

Het tweede glaasje, vol geschonken, Ter eere van den dappren Gal, Wordt blij ten boodem leeg gedronken. Wij juichen met een feestgeschal. Lang moeten Frankrijks Helden leven, Zij deden onze dwingren beven, En hebben 't snood geweld Der heerschzugt neergeveld. Ter neergeveld.

Het derde glas moet vrolijk vloeijen, Op der Bataven heil en vreugd, Verbrijzelaars der slaafsche boeijen, Deez dronk bekroont uw heldendeugd, Gij deet met hulp der dappre Gallen, Den Dagon bij zijn outaar vallen. Te lang verdrukt, vertreen, Hebt Gij U vrij gestreen; U vrij gestreen.

Het vierde glas, o Vrijheids Vrinden! Moet de eer der brave Burgers zijn, Die zich in Neerlandsch Raad bevinden, Dat eeuwig haar gelukzon schijn! Daar voormaals Dwingelanden zaten, Word nu den Stoel der Vrije Staaten, Door Burgertrouw bekleedt, Die regt noch wet vertreedt; Noch wet vertreedt.

Het vijfde glaasje dat wij drinken, Is 't heil der Dappre Burgerij, Die moedig 't Heldenstaal doet blinken; Wier Zinspreuk is: Of dood of vrij! Dat God hun arm wil onderschragen, Zo zal hun schedel lauren dragen, Zo sidderd Albion, Voor ons geducht Kanon; Geducht Kanon.

Het zesde glaasje dat wij legen, Is de ondergang van al, wat nog De lieve Vrijheid, thans verkregen, Belaagt door list, of helsch bedrog. Welaan o dappre Batavieren! Laat dan de Heldensabel zwieren. Wanneer 't de Vrijheid geldt, Zij elk Bataaf een Held; Een ware Held!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Bataafsche liederen, voor vaderlandsche jongelingen en meisjes · Anoniem · Poetry Cove