Op 't herstel der vrijheid in Nederland.
D e dierbre Vrljheid is hersteld,
De dwinglandij legt neergeveld
Na zeven bange jaaren!
O Vrijheids-zon! gij schitterd weer
Bij Bato's kroost, gelijk weleer,
Naar 't doorstaan der gevaaren.
Bataven! juicht - gij zijt thans vrij.
De ketenen der slavernij
Hebt gij op eens verbrooken. -
Bij 't plengen van der Gallen bloed,
Wierd ook met één den heldenmoed
In uwe borst ontstooken.
De Gal kwam - zag en - overwon,
In spijt van 't trotsche Albion
Slaakt hij op eens uw banden. -
Die banden, door een Vorst gesmeed,
Die nimmer voor uw Rechten streedt,
Rukt hij van uwe handen.
Bataven! daar uw Vrijheid gloort,
Die eenen slaaf de ziel doorboort,
Gewend slechts neer te knielen,
Wanneer hij 't oog des meesters ziet,
Die hem op trotschen toon gebied;
De plicht van laage zielen.
Dat dit dan ook uw zinspreuk zij,
Wij leeven - of wij sterven - vrij.
Dit kunnen Bato's zoonen! -
En dat altoos de dapperheid,
Gepaard met deugd en wijs beleid,
In uwer midden woone.
De Gal reikt u de broederband,
Hij streedt voor u, voor 't Vaderland,
En noemde u zijn broéder. -
Door hem legt dwing'landij ter neer,
Door hem is Neerland, Neerland weer,
Dank zij den Albehoeder.
J.H.C.