Op een Ryke Gierigaart.
Jaap stapelt Gout op Gout, en zit tot aan de kin daar midden in,
Nog is hy arm, als Irus in zyn Schatten,
Waarom hy durft het Schimme-Stuk niet vatten om af te leven
Daar 't God hem om af te leven heeft gegeven,
Jaap dient zyn Gout, die zoete Knaap,
Jaap heeft het Gout niet, 't Gout heeft Jaap.