Aan Grietje die het zelve mede Begeerden.
Grietje wil med' van Pietje, op haar wat hebben Gedigt,
Grietje loof ik, meent dat Pietje al 't Digte valt zo ligt,
Waar ik door het eerste Digten niet al te moe;
Grietje, ik zouw zo op jou Digten
Dat gy kreeg een schreefje toe.