Skip to content
1750

Apollo's kermis-gift aan de Haagsche vermaaksgesinde jeugd. Deel 2

Anoniem

Stem: Dorothè aanhoor myn Zugten. KOmt die Minneboeyens dragen Liefjes, hier uw nooden klagen; Hoe gy alleen Uw jeugt slyt in geween. Om dat Die schat, Dien gy u had uit gekooren Bitter lot! Naar 't genot, U wil langer zien nog hooren: Venus houd In dit woud Rechtbank en haar Zoon is Schout. 2. Dolle Saffo, die bedroogen Door den glans van Faons oogen, Nu, als verwoed, Stikt in uw eigen gloed. Uw Lier, Vol zwier, Die den Lesber niet kon dwingen, Sal misschien Hier doen zien, Wat vermogen heeft u zingen: Venus houd In dit woud Rechtbank en haar Soon is Schout. 3. Ariadne, tree vry nader, Dagvaard Theseus den Verrader, Dien gy, onwaard, In't doolhof hebt bewaard. Die loos En boos U op Gaxus barre rotzen Vol verdriet, Sitten liet. Wreek u hier nu op dien Trotzen. Venus houd In die woud Rechtbank en haar Soon is Schout. 4. Circe, schoon door Toverrymen Gy de held're Maan doet zwymen

Zie, uw geweld, Is kragt'loos op dien Held. Wiens deugt En jeugd U in dolle min doen blaken: Volg myn raad, Zoek hier baat: Klaagt met tranen op de kaaken. Venus houd In dit wout Rechtbank en haar Zoon is Schout 5. Hipsipile, minnenydig, Zoekt gy Jason hier ontydig? Hy rust in vree In d'armen van Medé: Zy sluit haar buit In haar schoot met toverzangen Arme Vrouw, Stelp uw rouw, Heden zult gy recht ontfangen. Venus houd In dit wout Rechtbank en haar Zoon is Schout.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.