Skip to content
1750

Apollo's kermis-gift aan de Haagsche vermaaksgesinde jeugd. Deel 2

Anoniem

Stem: O Kersnacht schoonder als de dagen. LIef Suchtje, teer en heilig wintje, Dat uit het hert komt van Lucintje, Ey, zeg my toch hoe 't daar al is!

Blyft zy, die my zo teder griefde, Wel trouw in hare wederliefde! Behaagt haar die verbintenis? 2. Of, komt gy schielyk aangevloogen

My zeggen dat ik ben bedroogen; Dat gy het vaste teken draagt, Dat hare weifelende zinnen Haer Philibert niet meer beminnen:

Maar dat een ander haar behaagt. 3. Gy, die zo veel bevalligheden O! Hemel! in haar schoone leden En heilig wezen hebt verspreit,

Begiftigt met het heerlyk voordeel Van een zo juist en zuiver oordeel By vloeiende welsprekendheid: 4. Verhoe dien ramp, dat hare zinnen,

My ontrouw, elders zouden minnen. O! Liefde, weer die tegenspoet! Laat myne beê die gunst verwerven, Dat ze eer zal zugten om myn sterven,

Als om een nieuwe minnegloet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.