Skip to content
1750

Apollo's kermis-gift aan de Haagsche vermaaksgesinde jeugd. Deel 2

Anoniem

Stem: { Echoo hoord myn droeve klagten. { Schoon Catryn beeld der beelden. 't NAchtegaaltje, weggedooken In het digt belommmert woud Daar myn Nimphjen onbesprooke Zig by een fontein betrouwt, Mengde zyn verliefde zangen Met het ruissen van die beek; Als myn eenig ziels verlangen Door zyn stem getroffen leek.

2. Een gelukkige overweeging, Die ligt Venus zelve dêe, Bragt haar hartjen in beweeging En verjoeg haar fierheid mêe. Want verrukt vergeetze 't vreezen. Zy vergeet te denken, dat Zy alleen in 't bosch mogt weezen, Laat en verre van de Stadt. 3. Dit quam driftig aangestreeken Kupido my zeggen aan; Juist als ik wat afgeweeken Quam my roosje tegen gaan. Vreest gy, zei ik, dan geen gieren. Maken u geen Wolven schuw! O! neen, zeidze, voor die dieren Vrees ik niet, maar wel voor u. 4. Door de minnedrift verwonnen, Eenzaam by dit schoone beelt, Had ik alles schier begonnen. Ach! wat heeft'er aan gescheelt! Dat, myn stoutheid als verdweenen Om myn yver te voldoen, Ik haar hand eens druk en heenen Ga, te vreeden met een zoen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.