Stem: { Dit is een bequaam Boskasie. { Tryn kedaar hoe zal het weezen.
MInne-goodje, machtig Wichtje,
Geeft me uw vlerkjes van uw Lyf:
Geef me uw boogje met uw schichtje,
Uw vermaaklyk tydverdryf.
Voor een wyltjen slecht ter leene;
Terwyl gy nog op Hybla blyft,
Laat my vliegen, werwaarts heene
Myn geschaakte ziel my dryft.
2. amsteloogje heeft veroovert
't Volgzaam zieltje met een lonk.
Met haar woortjes zo-betoovert,
Dat het aanstonds met haar gonk.
Maar, die zoete onhandelbare
Graauwt my toe, wanneer ik smeek
Om een beetje van het hare,
Waarmee ik myn leven queek.
3. Nu wil ik haar zieltje raken
Met uw pyltje zoo, dat zy
Met haar montje my komt naken
En geneezing bid van my.
Dan zal ik geneezing geven;
Mits ons zieltjes onder een
In haar borst gemengelt leven;
En my mede zyn gemeen.
4. Mits dat zy dan hondert kusjes
Van myn heusche mond ontfangt:
En getroffen door die lusjes
Na een duizent-tal verlangt!
Mits haar schaamte en stomme reden
Nodigen myn zuiv're min,
Dat ik in haar schoone leeden
My verlustig na myn zin!