Skip to content
1750

Apollo's kermis-gift aan de Haagsche vermaaksgesinde jeugd. Deel 2

Anoniem

Stem: { Dit is een bequaam Boskasie. { Tryn kedaar hoe zal het weezen. MInne-goodje, machtig Wichtje, Geeft me uw vlerkjes van uw Lyf: Geef me uw boogje met uw schichtje, Uw vermaaklyk tydverdryf. Voor een wyltjen slecht ter leene; Terwyl gy nog op Hybla blyft, Laat my vliegen, werwaarts heene Myn geschaakte ziel my dryft. 2. amsteloogje heeft veroovert 't Volgzaam zieltje met een lonk. Met haar woortjes zo-betoovert, Dat het aanstonds met haar gonk. Maar, die zoete onhandelbare Graauwt my toe, wanneer ik smeek Om een beetje van het hare, Waarmee ik myn leven queek. 3. Nu wil ik haar zieltje raken Met uw pyltje zoo, dat zy Met haar montje my komt naken En geneezing bid van my.

Dan zal ik geneezing geven; Mits ons zieltjes onder een In haar borst gemengelt leven; En my mede zyn gemeen. 4. Mits dat zy dan hondert kusjes Van myn heusche mond ontfangt: En getroffen door die lusjes Na een duizent-tal verlangt! Mits haar schaamte en stomme reden Nodigen myn zuiv're min, Dat ik in haar schoone leeden My verlustig na myn zin!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.