Skip to content
1750

Apollo's kermis-gift aan de Haagsche vermaaksgesinde jeugd. Deel 2

Anoniem

Stem: Depuis peu une Bergere. SUs! wat zie ik door de bladen! Sacht! wat schemert voor myn Oog! Sou zig Febe daar wel baden?

Ja gewis, hier legt haar Boog. Westewintje help my wa[t]. Ruys, ey ruys door boom en blad, Dat zy niet Hoort nog ziet,

Wie langs deze beek zo stil komt treden. Ach! wie ziet die bleke leden Die geen volle weeld geniet! 2. Foey Melampo, ga stil leggen.

Berg-op, roerje pooten niet. Snelvoet, breek niet door die heggen. Maak niet dat Diaan u ziet. Dat's een boezem, dat's een hals,

Dat's een lyfje, blank en mals; Maar wat's dit? Dat daar zit: Wilt dat swart tog van uw Lyfje wassen: Jy staat midden in de plassen.

Wasch dat zwart ras van uw wit. 3. Goôn zy ziet my, laat ons vluchten, Onbezonnen daar ik ben, Ach! wat staat my niet te duchten,

Die de Wraak van Febe ken; Weg Melamp, jy doet my zeer; Byt jy nu uw eygen Heer; 'k Ben, o! smert, Hind noch Hert.

'k Wordt het, Goon, wat zal my nu gebeuren. Beesjes, moetje my verscheuren, Brengt aan Fillis dan mijn Hert.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.