Stem: Hoe schoon ligt ons de Morgenster.
Rey
DE Vaale nagt hield met haar kleed
De lugt bedekt, Diana deed
Haar glans alleenig blinken;
Als van het Ooster Zonnespoor
Door min te vroeg ontwaakte auroor
Naar't Westen afkwam zinken.
Zy zag, dat lag
Onbezonnen, overwonnen door den slape
cefaal, 't puyk der herderknapen.
2. Zyn losse zwier ontsteld de Vrouw,
Die hem graag wakker hebben wou:
Dog durft niet nader treden.
Zy grypt een moed dog zeer bevreest,
z'Is in dien twyffel nooit geweest.
O! Wond're Vreemdigheden!
De Min stort in
Haren ronden schoonen monde, deze woorden,
Die zyn oor te laat doorboorden.