Skip to content
1750

Apollo's kermis-gift aan de Haagsche vermaaksgesinde jeugd. Deel 2

Anoniem

Stem: Hoe schoon ligt ons de Morgenster. Rey DE Vaale nagt hield met haar kleed De lugt bedekt, Diana deed Haar glans alleenig blinken; Als van het Ooster Zonnespoor Door min te vroeg ontwaakte auroor Naar't Westen afkwam zinken. Zy zag, dat lag Onbezonnen, overwonnen door den slape

cefaal, 't puyk der herderknapen. 2. Zyn losse zwier ontsteld de Vrouw, Die hem graag wakker hebben wou: Dog durft niet nader treden. Zy grypt een moed dog zeer bevreest, z'Is in dien twyffel nooit geweest. O! Wond're Vreemdigheden! De Min stort in Haren ronden schoonen monde, deze woorden, Die zyn oor te laat doorboorden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.