Skip to content
1750

Apollo's kermis-gift aan de Haagsche vermaaksgesinde jeugd. Deel 2

Anoniem

Stem: Reveilles vous &c. IK zag eens s'avonds in de bladen Gedoken van dees Lindelaan, Myn Roosje naakt, gereed tot baden

Op't zoompje van dit beekje staan. 2. Haar blonde lokjes zag ik weyen En kronkelen met golfjes, die Ik zag haar teere puntjes spreyen

Langs't lyfje neder tot de knie. 3. Die lokjes, dagt ik, my verstrekken Onagtzaam tot een digt gordyn: Wat wellust zoude ik niet ontdekken

ô Goon! zo't schermptje weg mogt zyn. 4. Daar voel ik 't Westewintje dartelen: Licht blaast hy wel de puntjes op. Hy doet het Goon! ik zie ze spartelen

Tot om haar poezeligen krop. 5. Wat zie ik, sus, wat mag dat wezen Wat schemert door die Lokjes heen? Wat Lustjes zyn hier niet te lezen?

O Venus waarde lyf en leên? 6. Niet vorder zagt, hier laat ik't blyven Ik laat m'in geen beschryving in. Die deze Schoonheid kan beschryven,

Beschryft de Moeder van de Min.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.