Skip to content
1750

Apollo,s kermis-gift aan de Haagsche vermaaks-gesinde jeugd. Deel 1

Anoniem

Stem: 'k Swoer dat noyt de Min & c. CLimeen! myn Levens-Son, wanneer Sal ik weer 't geluk genieten, Dat uw oog, gelyk wel eer,

Sal haer Stralen op my schieten, Wanneer sal ik als voorheen Zien het eind van myn verdrieten, Wanneer sal ik als voorheen

Zien uw zoet gesigt, Climeen. 2. Naauw'lyks was het droef Vaarwel Myne lippen afgegleden, Of myn droeve Ziel, te fel

Door verdriet en ramp bestreden, Wenschte weer gelyk voorheen Naar uw zoet gesigt, Climeen. 3. Gy, die ik alleen bemin,

Zyt het doelwit van mijn pogen; Gy, myn eenigst' Afgodin, Boeid my door uw zoet vermogen: Maak d[a]n dat ik als voorheen

Zie het Sonligt van uw oogen. Maak dan dat ik als voorheen Zie uw zoet gesigt, Climeen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.