Skip to content
1750

Apollo,s kermis-gift aan de Haagsche vermaaks-gesinde jeugd. Deel 1

Anoniem

Stem: Hier heeft my Rosemond bescheyden. DE barre Winter is vervlogen: Natuur verreesen uyt haar Nacht; Vrou Venus toond nu haar vermoogen, Daar 't al moet buygen voor haar Magt. 2. De donk're Wolken, d'Onweers-vlagen Verstuyven voor haar schoon gesicht; De Son lacht vrolyk voor haar Wagen, En praald met aangenamer Ligt. 3. Het laauwe West, en 't vrugtb're Zuyden, Bewysen haar een God'lyke Eer. Het Aardryk werpt een schat van Kruyden, En Bloemen voor haar voeten neer. 't Schynd alles hier op nieuw ontlooken, Daar Morgen-Daauw, als Paarlen leyt Op Roose bla'an, by duysend rooken, En geuren over 't Veld gespreyd.

5. De blyde Vogeltjes verbreyden De komst van Cyprus Koningin: Het vrolyk Vee springt door de Weyden, In 't Hert getroffen door de Min. 6. De Vis, die in de Peekel darteld, Is mee geraakt door hare Kragt! Die in de zoete Stroomen sparteld, Vermeerdert greetig zyn Geslagt. 7. Niets kan haar kragten wederstreeven In deesen aangenaamen Tyd, Nu zy 't Heel-Al weer doet herleeven: De Heemel self bemind en vryd. 8. O Zon, die door uw Morgen-Straalen, En door uw Al verkwikkend Ligt Ons nood in Kalver-ryke Daalen! Breng Phillis een voor myn gesigt. 9. Begunstig myn langduurig Minnen En set haar Hert in vollen Gloed: O Venus! buyg haar stuurse Sinnen, Als ik myn Ziels-Voogdes ontmoet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.