Skip to content
1750

Apollo,s kermis-gift aan de Haagsche vermaaks-gesinde jeugd. Deel 1

Anoniem

Stem: Als de gulde Son ging dalen. MEend niet, Cloris! dat het kussen Van uw Boesem, Mond of Kaak, Kan myn Minnevlammen blussen, Neen myn Engelin, ik haak Door het zoet van dese Kusjes Nog na zoeter Minnelusjes, Als die ik tot nog genoot; Ik haak eerder,, Nog veel meerder Naar de weelde van uw Schoot. 2. Als ik besig ben met kussen Van uw Boesem, daal ik staag Dan met myn gedagten tusschen Hembd en Vel neer na om laag, Tot dat ik daar heb gevonden 't Regte middel voor myn Wonden: 't Middel dat myn leed weer mooy Kan verwinnen,, En myn sinnen Brengen in de oude plooy.

3. Mogt ik eens doen Offerhanden In dien Tempel, alwaar ik Dikwils met gedagten strande; Ach! sag ik dat oogenblik, Zo vol zoetheid, eens geboren! Dat gy woud myn Bee' verhooren, Ik verlang vol vuur daar na: Kom myn Troosje,, geurig Roosje, Gun my eens 't gewenste Ja.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.