Skip to content
1750

Apollo,s kermis-gift aan de Haagsche vermaaks-gesinde jeugd. Deel 1

Anoniem

Stem: Que chaqu' un de nous & c. DIanier, vreugd van myn leven. Dageraad, die my een ligt Schoonder als de Son kund geven, Door uw Minnelyk Gesigt Gy doet my in vreugde baden Al myn Smert en droef gesugt, Mits ik leef in uw genade, Zyn verkeerd in ziels-genugt 2. Slâ 'k myn Oogen op uw Oogen.

't Is of my de ziel ontvliegd En ten Hemel wert getoogen: 't Ligchaam als in slaap gewiegt. Komt een sluym'ring te genieten, Die myn doffe geest verligt En verlost my van verdrieten, Door dat lieve Sonne-ligt. 3. Zoete mond wiens teed're tippen Tarten 't schoonst' koraal in kleur, Druk ik eens uw lieve lippen, 'k Ruik een zoete Nectar-geur; 'k Smaak het zoetst' der Honingraten: Tot door 't zoet, daar ik van sterf Als de ziel my heeft verlaten, Zoeter leven ik verwerf.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.